WELKOM IN VREDE
De goden en godinnen van het oude Egypte

Links

Aantal bezoekers:

Beginpagina algemeen Beginpagina Goden
Beginpagina Farao's

Contactformulier

Voor de vertalingen van de diverse boeken klik hieronder.

Boek der Doden
De Piramide Teksten
Het Boek Amduat

Het Boek der Poorten
Egyptische hemel en hel

 

 
Amduat Boek der Poorten Index Vorig hoofdstuk Volgend hoofdstuk

De Egyptische Hemel en Hel.

Hoofdstuk 13
Negende divisie van de Duat

1. Het koninkrijk van TEMU-KHEPERA-RA,
volgens het boek der Poorten.


De negende, tiende en elfde Divisie uit het Boek der Poorten bevatten serie's afbeeldingen en teksten die zeer moeilijk te verklaren op een bevredigende manier en de moeilijkheid wordt nog versterkt door het feit dat er maar één exemplaar van bekend is, namelijk die op de sarcofaag van Seti I.
Het is vrij zeker dat deze niet kunnen verwijzen naar het koninkrijk van Osiris en we zijn genoopt om te concluderen dat ze zijn bedoeld om de regio van AKERT af te beelden en te beschrijven, die zoals reeds gezegd de Duat vormde waarheen de aanbidders van de Zonnegod van Heliopolis de geesten van hun doden verbanden.
De eerste Divisie van dit bijzondere gebied, d.w.z. de negende in het Boek der Poorten, wordt binnengegaan door de Poort genaamd AAT-SHEFSHEFT, welke wordt bewaakt door de monsterslang AB-TA, een gezelschap van Goden houden buiten de wacht en de galerij wordt gereinigd door vurige vlammen en een bewaker in gemummificeerde vorm staat aan elk uiteinde op wacht.

Wanneer AFU-RA is gepasseerd en de Poort gesloten is, beginnen de Goden erbuiten te jammeren, want zij moeten in de duisternis vertoeven totdat hij weer verschijnt. Zodra de God in de Divisie binnentreedt, verschijnen er vier Goden van de Duat die gelijk het sleeptouw in handen nemen, maar ze kunnen pas verder als het pad voor hen is vrijgemaakt.
De obstakels op hun weg nemen de vormen aan van de enorme slang Apep en van een grote krokodil wiens staart de vorm heeft van een slangekop en hals, de naam van het laatste monster wordt zowel als SESHSESH en als SESSI gegeven.
Zij hebben posities ingenomen aan het eind van deze Divisie, in dat deel van de Duat dat niet ver verwijderd is van de plaats van de zonsopkomst. Een gezleschap van wezens komt tevoorschijn t.b.v. AFU-RA en beginnen met het verwijderen van de monsters d.m.v. woorden van macht en magische ceremonieën.

Het gezelschap bestaat uit zes mannen, vier apen en vier Godinnen, voor hun bevinden zich drie mannen bewapend met harpoenen en grijpend naar een touw dat past over het uitgestrekt lichaam en hoofd van de God AAI, het einde wordt door zijn beide handen vastgehouden. AAI heeft op zijn hoofd een kleine schijf, die is geplaatst tussen de twee objecten die lijken op de oren van een ezel en deze suggereren dat het figuur is bedoeld om een vorm van de Zonnegod voor te stellen.
De ezel staat bekend alszijnde een vorm van de Zonnegod en "De eter van de ezel" (
Eater of the Ass) is net zo bekend alszijnde een naam voor Set of Apep. In een illustratie uit het "Boek der Doden", wordt "De eter van de ezel" gezien bijtend in de rug van een ezel, die wordt geleverd door de schrijver Nekht in zijn personage van Osiris. Dat AAI een zonnewezen is en opponent van Apep is namens Ra, is duidelijk. Het lijkt er echter op dat hij behoefte heeft aan de hulp van de mannen met harpoenen en aan de metgezellen achter hen die elk het eind van een stok of touw vasthouden, die is gebogen in de vorm van een boog over zijn of haar hoofd.

De mannen zijn genoemd HERU-METU-HEKAIU, d.w.z. "Zij die gaan over de woorden die magische krachten hebben". De apen worden genoemd, SAIU, d.w.z. "Producenten van magische effecten d.m.v. het maken van knopen in touwen", waarover zij bezweringen fluisteren. De vrouwen zijn genoemd SAIT en zij werken aan dezelfde soort magie als de apen.
Het object dat elk lid van de drie groepen boven zijn of haar hoofd vasthoudt is waarschijnlijk een net en zoals M. Lefébure heeft opgemerkt het wordt daadwerkelijk zo voorgesteld in de tombe van Ramses VI.
In de Babylonische legende over het gevecht tussen 'Marduk' en 'Tiamat', het grote vrouwenmonster van de diepte, voorziet de God zichzelf van een net waarmee hij haar voeten verstrikt.
In het Boek der Doden lezen we over het net ANQET en in het vignet zien we er drie apen aan werken en de vissen die ermee gevangen zijn binnen te halen.
Aangezien Apep een monster van de diepte was, was het gebruik maken van netten om hem daarmee gevangen te nemen een wijs besluit van de kant van de vriednvan AFU-RA.

De apen werkend aan het net.
De apen

Nadat ze hun posities hebben ingenomen voor de aanval op Apep, werken de mannen met de harpoenen aan het touw dat bevestigd is aan AM, de Godinnen en de apen zwaaien hun netten van touw uit boven hun hoofden en reciteren hun spreuken en de mannen die de juiste woorden van macht weten, zwaaien hun netten uit en reciteren de formules die het effect hebben dat Apep en SESSI in een staat van verbazing vervallen, waardoor het eenvoudig zal zijn om hen te doden.
De spreuken en woorden bewerkstelligen het juiste effect, de monsters zijn gefascineerd en gedood en de weg van AFU-RA is vrij.

Aan de rechterkant van de Boot van AFU-RA bevindt zich de enorme slang Khepri, met een hoofd en een paar benen aan elk uiteinde van zijn lichaam, één hoofd gericht naar het noorden (of westen) en de ander gericht naar het zuiden (of oosten).
Achter elk hoofd is een uraeus en tussen de uraei staat "Horus van de Duat", de kronen van het Zuiden en het Noorden dragend.
Onder Khepri gaat een touw door en aan de ene kant wordt getrokken door Acht machten (SEKHEMIU) en aan de andere kant door de "Zielen van Ament", die een mannenkop hebben, door de "Volgelingen van Thoth" die een kop van een Ibis hebben, door de "Volgelingen van Horus" die een kop van een havik hebben en door de "Volgelingen van Ra" die de kop van een ram hebben.
het zal worden opgemerkt dat de twee paar benen van Khepri in tegenovergestelde richting staan, zodat in welke richting hij ook beweegt één paar achteruit zal moeten lopen. De Acht Machten hebben de weerstand van de 16 Goden overwonnen en het gezicht van Horus van de Duat kijkt richting de rijzende zon.

Aan de linkerkant van het pad van AFU-RA zien we een leeuw met een havikskop genaamd HERU-AM-UAA, d.w.z. "Horus in de Boot", de Kroon van het Zuiden dragend. Op zijn rug staat de tweekoppige God HORUS-SET wiens gezichten de Dag en Nacht typeren en Licht en Duisternis en de Zonnegoden van het Zuiden en Noorden. Boven de achterpoten van de leeuw bevindt zich het hoofd van de God ANA (?), de Kroon van het Zuiden dragend.
Aan de ene kant hebben we vier Goden van het Zuisen die assisteren bij het oprichten van een kolom, bedekt met de Kroon van het Zuiden en aan de andere kant zien we vier Goden van het Noorden assisteren bij het oprichten van een kolom, bedekt met de kroon van het Noorden.
Deze ceremonieën lijken enige verbindingen te hebben met de magische rituelen die in Egypte werden uitgevoerd in primitieve tijden bij het gereedmaken van de Kronen voor de Zonnegod om te dragen tijdens zijn verrijzenis. Achter deze Goden bevinden zich:
1. De slang SHEMTI, met vier hoofden aan elk uiteinde van zijn lichaam en zijn bewaker APU.
2. De slang BATA, met een hoofd aan elk eind van zijn lichaam.
3. De slang TEPI, met vier menselijke hoofden en lichamen aan elk uiteinde van zijn lichaam en zijn bewaker ABETH.
Zij worden geconfronteerd met twee Goden die op het punt staan om deze slangen aan te vallen met hun netten en die Horus assisteren door het reciteren van de woorden van macht voor hem.


Amduat Boek der Poorten Index Vorig hoofdstuk Volgend hoofdstuk

 

Disclaimer: Aangezien deze vertaling is gemaakt van een vertaling daterend uit 1905 van dhr. E. A. Wallis Budge, welke in het oud-Engels is geschreven, kan ik niet garanderen dat alles 100 procent juist is vertaald en tevens niet garanderen dat hij alles goed heeft vertaald. U zult dan ook af en toe een begrip in het Engels aantreffen waarvoor ik geen zinnige vertaling kon bedenken. Navraag bij een Dr. in de egyptologie levert de bevestiging op dat de transcripties van Wallis Budge niet geheel correct zijn en dus fouten bevatten.

Met vriendelijke groeten,
André de Ruiter

 

 

 
Rechts